Als mijn opa Cor van Beukering op reis ging, en dat ging hij om de haverklap want hij was vliegenier, pakte mijn oma Melanie zijn koffer in. Het was niet zo gek, helemaal niet in die tijd, dat zij zijn koffer inpakte. Maar wat wel gek was, was dat hij altijd vroeg of ze zijn ‘kroonjuwelen’ wilde inpakken. Met kroonjuwelen bedoelde hij condooms. Waar ter wereld zijn vliegtuig ook landde, overal waren bewonderende vrouwen.
Vliegeniersgroupies die de wacht hielden voor de deur van zijn hotelkamer. Cor wond er geen doekjes om, hij maakte gretig gebruik van het ruime aanbod. Hij droeg zijn verantwoordelijkheid heus wel, hij gebruikte altijd een condoom. Melanie hoefde niet bang te zijn voor buitenechtelijke kinderen of venerische ziektes, er was niks om over te zeuren. Dat…