Op 7 maart 1890 had Bram Stoker een nachtmerrie: in het uitgaanscircuit ontmoet hij drie jonge vrouwen die hem geheel zonder schroom, zeg maar begerig, naderen. Een van de jonge vrouwen kust hem. Niet op de mond, maar in zijn hals, op zoek naar zijn bloed. Op dat moment nadert een grijsaard, die woedend roept: ‘Deze man behoort mij toe, ik wil hem hebben.’
In deze droom was de kern van Stokers latere boek over het vampirisme aanwezig. De ideale victoriaanse vrouw was deemoedig, dienend en afwachtend, maar de drie bloeddorstige jonge vrouwen die hij in zijn droom ontmoet, zijn het tegendeel van dat ideaal. Het vampirisme is een metafoor voor seksualiteit. Juist rond de eeuwwisseling verschijnt, vooral in de artistieke verbeelding, de seksueel agressieve, verleidelijke vrouw. Verleidelijk, maar ook…
