‘Ons land was ooit het mooiste land ter wereld, met eigen grenzen, een eigen cultuur,’ brieste Geert Wilders in het najaar van 2017 in het Tweede Kamerdebat over de regeringsverklaring van het kabinet-Rutte III. ‘Wij gaven ons geld uit aan onze eigen mensen. Er was fatsoenlijke zorg voor onze ouderen. En op straat struikelde je niet over hoofddoekjes of etterende, sissende Marokkaantjes.’
Zo fulmineerde de PVV-leider nog even verder, tot hij afsloot met de woorden: ‘Nederland was Nederland. En hoe anders, mevrouw de voorzitter, hoe anders is het vandaag. Wat is ons land vreselijk te grabbel gegooid. Wat zijn onze belangen verkwanseld. Heel veel Nederlanders zijn vreemden in hun eigen land geworden.’
Gewiekst vroeg de toenmalige fractievoorzitter van D66 Alexander Pechtold op welke periode in de Nederlandse geschiedenis Wilders precies…