Wanneer ondergetekende zich voorstelt, begint hij enthousiast over Dolly Parton. “Jolene? Dat is een muzikale naam”, lacht hij. Hij zet, gelukkig, niet het refrein in van Partons hitsong, maar er volgt wél een monoloog over haar magie, haar zakelijk instinct, haar lef. Watson bewondert vooral hoe ze iedereen – katholieken, hillbillies, lesbiennes en transseksuelen – in één zaal samenbrengt. “Dat is een mirakel”, zegt hij met twinkelende ogen. Er zijn al ruim vijf kostbare interviewminuten verstreken en Patrick Watson heeft nog geen seconde over zijn nieuwe album gesproken. Van de genialiteit van zakenvrouw Dolly Parton rolt het gesprek moeiteloos door naar Bob Dylan (“Hij is gevat, maar dat maakt je nog niet slim”) en vervolgens naar David Bowie, die volgens hem “zijn hele act van iemand anders heeft gejat”.
Watson…
