Het lampje stoelriemen vast floept aan en vanuit de cockpit klinkt ‘Cabin crew, prepare for landing.’ Verwachtingsvol kijken we door het raampje naar buiten. Al ruim een uur lang schuift het donkere water van de Indische Oceaan onder het propellervliegtuig voorbij. In de verste verte is geen land, laat staan een vliegveld, te bekennen. Waar wil de piloot landen? De andere passagiers in de cabine, bijna allemaal locals, lijken niet ongerust terwijl de daling vol is ingezet. Ze slapen, kletsen of houden met eenvoudig gemak een stuiterend kind in bedwang. Dan, na zo’n tien minuten, wordt de eindeloze oceaan onderbroken door een kilometerslang koraalrif en witte, brekende golven, gevolgd door een lagune met het mooiste, kristalheldere turquoise water. In het midden prijkt een groen eiland met witte stranden: Rodrigues.
Gelegen…