Als je vanaf de drukke straten van New York City richting het noorden rijdt, maken de opeengepakte betonnen bouwwerken langzaam plaats voor een glooiend, dunbevolkt en uitgestrekt gebied van weides, bossen en meren: de Catskills. De bijzondere naam is een verbastering van de benaming die in 1795 door Nederlandse kolonisten werd gegeven, Kats Kills (kreek), in een tijd dat delen van de staten New York, New Jersey, Delaware en Connecticut nog “Nieuw-Nederland” werden genoemd. Door de eeuwen groeide het gebied uit tot een bron van inspiratie voor kunstenaars van de Romantiek, en later tot geliefde vakantiebestemming voor gehaaste New Yorkers op zoek naar rust. En nog altijd staat het gebied in groot contrast met de snelle metropool verder naar het zuiden; hier gaat het leven trager, meer in contact met…