ALS HUN FAMILIE EEN PAAR DAGEN NAAR HET DORP MOET, wat op vier uur varen bij ons vandaan ligt, blijf ik alleen achter met de twee oudste zoontjes. Overdag zijn het stoere jochies die me leren vissen en met wie ik kook. Als de avond valt en het ineens enorm gaat waaien, kijken de broertjes mij verschrikt aan. Het oudste jongetje van 12 zegt angstig: ‘Jorien, mama zegt altijd dat als het ineens begint te waaien, er een geest rondvliegt en we meteen naar onze kamer moeten gaan, want dit kan gevaarlijk zijn. Kun je alsjeblieft bij ons slapen?’ ‘Tuurlijk,’ antwoord ik. Daar lig ik dan, in een tweepersoonsbed op een matras doordrenkt van een overweldigende urinegeur, waarop normaal gesproken alle zeven kinderen slapen. Samen met een 12-jarig jochie dat,…