Vier uur lang zoeven we door het landschap. Niet veel, als je bedenkt dat deze comfortabele hogesnelheidstrein in die tijd maar liefst 900 kilometer overbrugt. We rijden door eindeloos veel lange tunnels, door miljoenensteden die aaneengeregen lijken, met naast elk station steevast een reuzenrad en een hotel van de Toyoko Inn-keten. Soms schiet er een klein rijstveldje of een beboste heuvel voorbij, dan weer vangen we een glimp op van de zee, altijd vergezeld van havens en industrie.
De trein gaat van Kyoto, grofweg in het midden van Japan, naar Kagoshima, op het eiland Kyūshū. Op een kaart lijkt deze stad zich op het meest zuidelijke puntje van het land te bevinden, maar in werkelijkheid volgt na Kyūshū een lange rits eilandjes, de Riukiu-eilanden, helemaal tot aan Taiwan. Ons doel…