Dicht bij de top van Monte Fossa delle Felci stappen we uit het koele bos het felle zonlicht in. Het is een windstille, gloeiend hete dag op Salina. De Eolische
Eilanden liggen vredig te bakken in de hitte; achter ons de eilanden Lipari, Filicudi en Alicudi, voor ons Panarea en de indrukwekkende piramide Stromboli, met zijn tooi van vulkanische gassen. Sicilië is een schaduw in het zuiden. Italië bestaat helemaal niet. Salina, met zijn twee vulkanen, drijft in zijn eigen kleine wereld, in een verblindend blauw zwembad van lucht en zee.
‘Men zegt dat Salina klein is. Ik weet niet waar ze het over hebben,’ grapt Elio, de uitbundige hoofdopzichter van het natuurreservaat op het eiland. ‘Vanuit mijn perspectief is het hier best groot. De rest is klein.’
Salinieri zijn…
