“Ik zoek schone lappen”, zei mijn zoon, staand voor de linnenkast. “Welke onderlap moet er ook alweer op mijn bed?” Bij ons in huis slapen de kinderen in twijfelaars en de ouders in een groot bed. Daar horen verschillende maten beddengoed bij. Ik ben de enige in huis die feilloos weet wat de grote zijn en wat de kleine, zonder alles overhoop te halen. “Hier”, zei ik, en overhandigde mijn zoon een zachtblauw hoeslaken. “Dank je. Nu nog een bovenlap”, zei mijn zoon. Ik gaf hem een dekbedhoes met frisse streepjes, plus het bijbehorende sloop. Klaar. Maar er knaagde iets aan me. Ik legde mijn hand op zijn arm vol beddengoed. “Hoe noem jij deze dingen nou, jongen?”, vroeg ik. “Gewoon, lappen voor mijn bed”, antwoordde hij. “Mama, ga je…
