VRIJDAG
Ik was bang dat Boy zou lachen om mijn sportieve outfit, maar het enige wat hij woensdag zei toen ik de deur opendeed, was: “Ik zie dat je er klaar voor bent. Mooi, dan kunnen we meteen beginnen.” In gedachten had ik mezelf achter hem aan zien strompelen, half op een drafje, struikelend over elke hobbel, een lachertje voor iedereen die mij bezig zou zien. Dat was vast van mijn gezicht te lezen, want hij zei met een grote glimlach: “Kijk niet zo benauwd, we gaan alleen maar even uitzoeken hoe het met je conditie is.” Dat had ik hem zo ook wel kunnen vertellen, maar ik hield mijn mond, al was het maar omdat ik al mijn adem nodig had om zijn stevige pas bij te kunnen houden.…