Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht. Het was een spannende week. Ik moest een tv-uitzending presenteren, mijn vader wachtte op uitslagen van een bloedtest en Miró zou te horen krijgen op welke middelbare school hij was ingeloot. Niemand zag het aan me, maar de stress was een vervelende bal rond mijn middenrif. Zelf had ik dat ook niet meteen in de gaten. Tot ik merkte dat ik het weer deed. Tellen.
Ik tel nog steeds, misschien om de drama’s in mijn eigen kop te verdrijven Om het een dwangneurose te noemen vind ik wat dramatisch, maar mal gedrag is het wel. Ik kan er alleen niet mee stoppen.
Tellen is zo’n ingesleten patroon. Toen ik tien was, wist ik zeker dat mijn moeder stervende was. Het woord kanker…
