Een maand voor corona raakte Róman geobsedeerd door de oorlog. Hij wilde weten wie Anne Frank was, waarom Hitler zo’n malle snor had, hoe mensen destijds leefden. Ik nam hem mee naar het Verzetsmuseum en kocht een vuistdik kinderboek over de jaren veertig.
En toen opeens viel ons leven stil. Scholen sloten, café-eigenaars borgen terrastafeltjes op, sportcompetities werden afgelast. De eerste tijd zat ik vastgeplakt aan mijn telefoon.
Ik spelde statistieken, prognoses, talloze doemscenario’s. Maar na enkele dagen besloot ik eens om me heen te kijken. Want met ons ging het goed. We waren gezond, hadden stromend water, er waren boeken, Netflix, een volle koelkast.
Een beetje opgesloten. Dat zijn we. Met de nadruk op ‘beetje’ “Dat was niet zo in de hongerwinter, hè mama”, wijsneusde Róman. Ik lachte schamper.…
