Ik ben mijn moeders haar in de krullers aan het zetten als de bel gaat. “Niet opendoen hoor!”, zegt mijn moeder, die zelfs in deze fase van haar leven nog superijdel is. Ik verwacht niemand, dus ik zeg: “Dat zal de postbode zijn, mam. Geen zorgen.” Als ik de deur opendoe, zie ik echter geen man met een oranje-grijs pak, maar Koen, in zijn werkoutfit. “Hee hoi, hadden wij afgesproken?” “Nee, sorry, maar komt het uit?” “Eh… ja, natuurlijk. Kom binnen.” Mijn moeder schiet haar kamer in als Koen en ik de woonkamer inlopen. “Mam, het is Koen maar.” Haar antwoord is de harde klap waarmee ze de deur dichtgooit. Koen kijkt me gepijnigd aan. “Gaat het met haar?” “Ja, hoor, prima”, lieg ik. Geen zin om dat gesprek met…