“Het hoort bij de opvoeding”, zei mijn moeder toen bleek dat ze ons, haar vier kinderen, zonder overleg voor tennisles had ingeschreven. Naast de andere sporten die we al deden, vond ze het opeens nodig dat we ook een balletje konden slaan. “Je kunt er overal ter wereld mee terecht”, was haar motivatie. Voor mij werd het een kansloos verhaal. Of het nou om de service, backhand of forehand ging, ik had geen enkel talent. Bovendien zorgde dat én een enorme desinteresse ervoor dat de tennisregels in mijn ogen eeuwig abracadabra zouden blijven. Om van die onnavolgbare puntentelling maar te zwijgen. Ik begreep de ballen van al die ‘loves’ en ‘tiebreaks’, al was mijn leraar nog zo geduldig. Na één seizoen hield ik het voor gezien. En sindsdien heb ik…
