Donderdag
Of we zaterdag komen eten, Dorien heeft het zo gezellig gevonden met mij en ze wil onze nieuwe vriendschap graag bestendigen. Han kijkt me vol verwachting aan. “O!,” zeg ik, “wat leuk van Dorien.” Ik voel zelf dat het niet erg enthousiast klinkt en Han vindt dat kennelijk ook, want hij kijkt me onderzoekend aan. “Echt erg leuk van Dorien!”, zeg ik nog eens. “Maar zaterdag… hebben we dan niet iets?” “Ik zou niet weten wat”, antwoordt hij. “In elk geval heb ik al gezegd dat we komen.” “Nou,” zeg ik nog eens, “wat leuk.” Ondertussen vliegen de gedachten door mijn hoofd. Wat is er met Dorien aan de hand? Waarom mij ineens tot haar vriendin benoemen? Op grond van wat? Omdat ik een dagje met haar boodschappentassen achter…