We staan bij de imposante Kaukasische vleugelnoot in de tuin van het Rijksmuseum. “Architect Pierre Cuypers heeft hem nog geplant in 1907,” vertelt Pim van Rijn. Het is een warme dag, toeristen en ‘gewone’ voorbijgangers zoeken een plekje in de schaduw van deze oerboom. De publiekslieveling spreidt zijn takken wijd over hen uit, als een koepel. Eronder danst een tapijt van lichtvlekjes. Kinderen springen door de speelfontein; waterdruppels schitteren in het zonlicht. Pim, strohoedje met groene strik, is tuinman in de sinds 2013 gerestaureerde tuin rond het Rijksmuseum. Het is onvoorstelbaar dat dit groene paradijs vijf jaar geleden nog een bouwput was. Nu wuiven dahlia’s, grassen, siertabak, Ageratum, begonia en Bidens in het zomerse briesje. Er is een koffiebarretje, een ijscokar, mensen liggen languit op de banken. Sinds de verbouwing…
