* Dag 1299 van mijn gevangenschap *
De duisternis bevalt me het best.
Elke avond wacht ik op de klik van de plafondverlichting, waarna alleen het schijnsel van het hoofdbassin overblijft. Niet ideaal, maar goed genoeg.
Het bijna-donker, zoals op de middeldiepe zeebodem. Daar woonde ik voordat ik werd gevangen en opgesloten. Dat herinner ik me niet, maar ik kan nog steeds de ongetemde stroming van het koude open water proeven. De duisternis zit me in het bloed.
Wie ik ben? Ik heet Marcellus, maar zo noemen de meeste mensen me niet. Meestal is het ‘hij daar’ of ‘hem’. Bijvoorbeeld: ‘Moet je hem zien! Daar! Zijn tentakels zijn nog net zichtbaar achter dat rotsblok.’
Ik ben een reuzenkraak, een octopus uit de Grote Oceaan. Dat weet ik van het bordje…