Voor Richard. Dank voor je inspiratie en hulp, en dat je mijn vriend en oom bent.
Proloog
Mijn hand hangt boven de muis. Mijn hart klopt razendsnel en ik weet niet zeker of dat door de prosecco komt, of dat er pure waanzin door mijn aderen raast.
Ik neem de lege kamer in me op. Hij is zielloos, zonder meubels en gevoel.
Ik kijk naar mijn vriendin Morag; haar ogen schitteren van opwinding.
De klok tikt en met elke seconde bonst mijn hart luider. ‘Tien, negen…’ De timer telt af. Mijn mond is droog.
‘Acht, zeven…’ Ik ben misselijk. Nog steeds weet ik niet zeker of het komt door de prosecco, of de spanning. Dit is krankzinnig.
‘Zes, vijf…’ Ik kijk om me heen in het huis dat ooit mijn…