… en dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht.
Guus Meeuwis – ‘Brabant’
1
Het geluid van knerpende voetstappen op het grind maakte haar wakker. Slaapdronken kwam ze overeind en checkte de wekker; het was één minuut over vier. Met gesloten ogen spitste ze haar oren, maar behalve het zachte ruisen van de vitrage die lichtjes in de wind bewoog, hoorde ze niets. Zuchtend zakte ze terug in het kussen, uit ervaring wist ze dat slapen niet meer zou lukken. Ze bleef stil liggen en wachtte tot de machinekamer in werking trad. Dat duurde niet lang: sinds ze kinderen had, waren zorgen en piekeren een tweede natuur geworden. Het was vrijdag, bedacht ze, de laatste schooldag voor de zomervakantie waarnaar ze lang had uitgekeken. Eindelijk rust voor…