DEEL EEN
BETH
JULI 1988 Het huis stond op een zacht glooiende helling in het verder vlakke landschap, alsof het zichzelf als een kasteel beschouwde in dit koninkrijk van drassige natuurgrond, waterwegen en ruisende groene velden. Lichtgrijze muren, brede treden van het aangeharkte grind tot aan de voordeur, rijen en rijen blinkende vierkante ramen en…
‘Is dat een tóren?’ Ik keek reikhalzend door mijn zijraampje. ‘Is dit allemaal echt maar voor drie mensen?’
‘Vier, als je je gedraagt.’ Caroline liet de auto met een flinke ruk aan het stuur de oprijlaan in draaien, zodat ik terug op mijn stoel viel. ‘Denk om je manieren, Beth. Niet staren.’
De oprijlaan was langer dan de straat waarin ik had gewoond toen mijn ouders nog leefden, maar iemand binnen moest naar ons hebben…