23 MA
ZATERDAG 14 MEI
Eerst begreep ik niet wat Amy zei. Ze hijgde van verdriet. Ik ademde een hap koude lucht in en toen was ik degene die het uitschreeuwde. Met één woeste beweging duwde ik al de borden van tafel. Rijst en vis vielen op de vloer te midden van scherven van aardewerk, hoekig en ruw. Dit had niet als donderslag bij heldere hemel moeten komen, ik had het moeten verwachten, en toch was ik er totaal niet op voorbereid.
Heel lang kon ik geen woord uitbrengen en was er alleen maar pijn. Pa pakte mijn hand, wij tweeën voor één keer verenigd in ons verdriet. Terwijl zijn gezicht oploste in tranen, zag ik ook nog iets anders in zijn ogen: een bepaalde behoedzaamheid, een deel van zichzelf…