De stoeptegels glansden in het maanlicht, terwijl Andrea Douglas-Brown zich door de verlaten straat haastte. Haar hoge hakken klikklakten luid in een zo nu en dan onderbroken ritme – het gevolg van alle wodka die ze had gedronken. De januarilucht was scherp, haar blote benen prikten van de kou. Kerst en oud en nieuw waren voorbij en hadden een koude, steriele leegte achtergelaten. Winkelruiten gleden voorbij, gehuld in duisternis, slechts onderbroken door een obscure slijterij met een flakkerende straatlantaarn ervoor. Binnen zat een Indiase man onderuitgezakt in de gloed van zijn laptop. Hij merkte niet eens dat ze langsbeende.
Andrea zinderde zo van woede, had zo’n haast gehad om weg te komen uit die pub, dat ze zich pas afvroeg waar ze naartoe ging toen de etalages plaatsmaakten voor grote…