Geert-Jan Roebers laat je zien hoe zeedieren, insecten en vogels van gedaante wisselen. Ze worden geboren als eitje, worden daarna een made, een larf of een poliep. Na flink groeien, een paar keer vervellen en soms verhuizen, groeien er de mooiste dieren uit.
Natte-schetenaandrijving
Zo perst de libelle kleine, langwerpige eitjes uit en legt die in waterplanten. Haar larven hebben natte-schetenaandrijving, waarmee ze kunnen zwemmen. Na het verorberen van een heleboel kikkervisjes (en zo’n tien keer vervellen), is het tijd. Dan klimt de dikke larve langs een rietstengel omhoog en perst zichzelf open. Even oppompen, uitharden en klaar is de libelle. Als een straaljager vliegt het dier door het luchtruim. De kwal is ook bijzonder. De larven zwemmen tollend rond in zee. Dan plakken ze vast aan de bodem en…
