TOUW
Op dit onderdeel wordt er gesprongen, gezwaaid en pasjes gedaan met een touw. Het hele touw of een stuk daarvan moet gekleurd zijn zodat het duidelijk zichtbaar is voor de jury.
BAL
Rollen, gooien en stuiteren. Op dit onderdeel voeren turnsters in een vloeiende beweging kunstjes uit met een bal. Allebei de handen moeten worden gebruikt en over de hele vloer worden er koprollen, sprongen en draaien gemaakt.
KNOTSEN
Op dit onderdeel moeten de atleten niet één, maar twee voorwerpen onder controle zien te houden. Dat is extra moeilijk, want tijdens een turnroutine vliegen ze alle kanten op!
HOEPEL
Met een hoepel van minstens tachtig centimeter breed kunnen turnsters veel creatieve trucjes doen. Gooien, opvangen, maar er ook mee over de grond rollen of er zelf doorheen gaan. Dat…