DOOR DE POORT
Bij een poort staat een wachter. Als je erdoor wilt, noemt de poortwachter een getal en moet je een ander getal terugzeggen. Als het getal goed is, mag je erlangs en anders niet. Lizzy wil door de poort.”ACHT,” zegt de poortwachter. Lizzy denkt even na en antwoordt:”VIER.” En ja hoor, ze mag door de poort. Tegen Juultje zegt de poortwachter:”TWAALF.” Juultje antwoordt:”ZES,” en ze mag doorlopen. Dan wil Babetje door de poort.”ELF,” zegt de poortwachter. Wat moet Babetje antwoorden om erlangs te mogen?
Het antwoord is DRIE, namelijk het aantal letters van het getal ELF.
ACHTER ELKAAR
Donald staat achter Guus en tegelijkertijd staat Guus achter Donald. Hoe kan dat?
Oplossing: Ze staan met de ruggen tegen elkaar.
EEN T?
Wat begint met een T, eindigt op…
