Ongeveer 125 kilometer ten oosten van Caïro ligt het Grote Bittermeer. Nu staat het vol water, maar in 1866 was het zo ingedroogd dat het niet veel meer dan een zoutvlakte was. Aan de zuidwestelijke rand daarvan lag destijds een dorpje, Kibrit, en daar was een groepje Franse cartografen neergestreken om onderzoek te doen. Ze stonden onder leiding van Charles de Lesseps, zelf geen cartograaf, maar wel zoon van Ferdinand de Lesseps, de baas van de Compagnie universelle du canal maritime de Suez en grondlegger van het Suezkanaal.
Het Grote Bittermeer was onderdeel van het geplande traject van dat kanaal, vandaar het cartografische onderzoek. Maar De Lesseps en zijn mannen zouden met meer thuiskomen dan alleen meetresultaten. Want daar waar de nieuwe waterweg moest komen te liggen, vonden ze het…