DOSSIER Lammert is een sufferd, een man zonder pit. Hoewel hij tegen de dertig loopt, heeft hij zijn moeder Trijn nodig om hem te wijzen op zijn losse schoenveters, en een vrouw voor hem te regelen.
Als de Hollandse Griet zich aandient, ziet Trijn in haar een geschikte schoondochter. Griet doet alsof ze geïnteresseerd is, maar dat is voor de grap. Al voordat ze Lammert heeft ontmoet, weet ze dat het tussen hen nooit iets zal worden. Want Lammert is een knoet, een poep, een mof. Een Duitser dus. Moffen zijn lompe types, vindt Griet, en met zo'n geval zal ze zich nooit inlaten. Ook haar moeder is niet van de aandacht gediend: al scheet Lammert ‘gouden potten met zilveren hengsels’, zegt ze, dan nog zou ze het niet goedvinden…
