Schreiend en klagend volgt een groep lange, blonde strijders de baar door de straten van de Noord-Italiaanse havenstad Luna. Onder een lijkwade ligt hun aanvoerder, de Vikingkrijgsheer Hastein. Om zijn lichaam heen staan sierbijlen en ceremoniële zwaarden, ingelegd met goud en juwelen.
Een dag eerder nog had de bisschop van Luna Hastein de christelijke doop toegediend. De Vikingen zijn ver van huis, en de katholieke geestelijke wilde graag de laatste wens van de doodzieke hoofdman vervullen. Nu het machtige stamhoofd is ingeslapen, valt hem een luisterrijke, christelijke begrafenis in de kloosterkerk van Luna ten deel.
De kerk zit stampvol, en een koor van priesters doet Hastein uitgeleide.
‘Maar dan,’ schrijft de Normandische historicus Dudo van Saint-Quentin, ‘als het lichaam naar het graf gedragen wordt, springt Hastein plotseling van de baar,…
