In 968 reisde Liutprand, bisschop van Cremona, als gezant van de Rooms-Duitse keizer Otto I naar Constantinopel. Hij moest een huwelijk regelen tus-zoon en opvolger, de latere Otto II, en de sen Otto’s adellijke Theophanu. Maar als Liutprand een harteontvangst had verwacht, kwam hij van een lijke koude kermis thuis. Hij en zijn gevolg werden, schreef hij later, ondergebracht in een paleis dat ‘groot genoeg was, maar niet overdekt, zodat het tegen kou noch hitte beschermde’. De bezoekers werden dagenlang genegeerd en kregen niets te eten of drinken. En toen ze eindelijk in het keizerlijk paleis werden uitgeno-zaten ze ver weg van de keizer. Liutprand digd, was niet bepaald onder de indruk van de keizer. Nikephoros was ‘een monster, een pygmee met een dikke kop en ogen zo klein als…
