Volgens de Bijbel leidde Mozes de Israëlieten uit Egypte, waar de farao het volk gevangenhield. Toen de schare via de woestijn bij Kanaän aankwam, het land dat God aan hen had beloofd, stuurde Mozes 12 verspieders – uit elke Israëlitische stam één – het land in om te zien hoe het daar was. Na 40 dagen keerden de verkenners terug van hun missie.
Ze hadden een wijnrank bij zich die zo groot was dat hij door twee mannen over een stok moest worden gedragen. Kanaän had alles wat de Israëlieten zich konden wensen, zo vertelden ze.
‘We zijn in het land geweest waar u ons naartoe hebt gestuurd. Werkelijk, het vloeit over van melk en honing, en deze vruchten groeien er,’ zeiden ze volgens het Bijbelboek Numeri. ‘Maar,’ waarschuwden de…