Slechts 15 jaar voordat het Osagereservaat werd opgeschrikt door een reeks moorden, was het Bureau of Investigation, de voorloper van de FBI, opgericht.
De machtige J. Edgar Hoover leidde de dienst vanaf 1924, en hij wilde de Osage-moorden gebruiken om te laten zien waar zijn dienst toe in staat was.
Met zijn professionele benadering en onafhankelijkheid was de FBI dan ook goed toegerust om de moorden op te helderen.
De lokale gezagsdragers, zoals de sheriff, zijn politiemannen en de notabelen van de stad, waren door en door corrupt en bovendien als de dood voor William Hale, de ‘koning van de Osage Hills’. Meerderen van hen hadden hun baan aan hem te danken.
Van dit soort complicaties had de FBI geen last, en de mogelijkheid om undercoveragenten in te zetten gaf…