De onderzeeër die in de Zweedse archipel aan de grond liep, behoorde tot de Whisky-klasse, een conventioneel boottype met torpedo’s. Het was een doorontwikkeling van een Duits onderzeeboottype uit de Tweede Wereldoorlog, dat destijds heel geavanceerd was, maar begin jaren 1980 rijp was voor de sloop.
Tussen 1951 en 1957 bouwden de Russen 226 Whisky-onderzeeërs op een scheepswerf in Leningrad, waarvan de U-137 de laatste was. Het 76 meter lange vaartuig, met een bemanning van maximaal 60 man, was in 1981 dus 24 jaar oud.
De romp was verdeeld in zeven secties, met torpedoruimten voor en achter en in totaal zes torpedobuizen. In het midden was de commandokamer, met instrumenten voor duiken en opstijgen, een hydrofoon, een gyrokompas en een wapendepot.
De Whisky’s hadden zowel diesel-als elektromotoren en konden afdalen…