Ik zat met onze kat Sok bij de dierenarts, er waren drie wachtenden voor mij: een oudere vrouw met een kip in een mandje, een vrouw met aan haar voeten een Mopshondvariant en tegenover mij een lobbesachtig bouwvakkerstype met in zijn schoot een grote, schijnbaar slapende kat.
Bij elkaar zo’n honderd verhalen, dat wist ik zeker.
Lobbes tegen mij: “Zo, een jong katje, nu al kwalen?” Sok krabte overmatig en ik kon geen vlooien ontdekken, zodoende. De man nam het gesprek meteen ter hand, het vraagje over Sok was de schoenlepel, de opmaat naar zijn eigen verhaal. Hij wees op zijn schoot. “Mijn Hein is, geloof het of niet, volgende maand precies achttien jaar.” Hij hield even stil, hij kende het effect van ‘achttien jaar’. “En ze zeggen wel eens:…
