Al een paar weken had onze kat Sam een rooddoorlopen oog, dus tenslotte toch maar naar de dierenarts. Wederom bleek: je gaat naar de dierenarts, oké, maar je gaat ook naar een wachtkamer met nieuwsgierige baasjes-van: wat is er met die kat, met die suffige hond, met die hamster? Ik zei, zo luchtig mogelijk: ‘Ja, Sam heeft al een tijdje een rood oog, ik denk niks bijzonders maar het blijft’. Drie stoelen verder viel een man die later Gijs bleek te heten, gretig in: ‘Nou, ik hoop niet dat het is wat mijn kat had’. Zo krijg je een wachtkamer stil. Gijs: ‘We hadden twee katten, twee broertjes. Wonder en Witkop, vond mijn vrouw leuke namen. Witkop, die was hoofdzakelijk wit, niet alleen zijn kop. Witkop is bijna veertien jaar…