In 1951 deed een jonge vrouwelijke schilder uit Chicago mee aan een tentoonstelling in New York, genaamd de Ninth Street Show. Haar medekunstenaars waren onder anderen Jackson Pollock, Willem de Kooning, Franz Kline en Mark Rothko, allen werkend in de nieuwe stijl van het grote, abstracte gebaar, emotioneel intens, spontaan en expressief. Het was, op zijn New Yorks, spierballenkunst, vaak op enorme formaten. Tot die tijd was Parijs het centrum van de kunstwereld geweest, maar dit Abstract Expressionisme was de eerste grote, na-oorlogse kunststroming, geboren in de Big Apple.
Joan Mitchell (1925-1992) was de vrouw die in deze boys club haar mannetje stond. Haar grote abstracte doeken, vol leven en emotie, opgezet met dikke kleurlagen en soms druipend van de verf, vielen op in deze New Yorkse art scene. Maar…