‘Kijk, dat zijn Texelaars. En die daar, dat is een merinoschaap.’ Reina Ovinge (57) staat in Baambrugge tussen haar schapen, crèmekleurige dotten in een mals-groene wei. De Texelaars die ze aanwijst, hebben een korte en stevige vacht. Het merino is meer het type hippie, met een vacht vol lange strengen wol. De grootste durfallen snaaien uit het voederblik dat Ovinge in haar hand houdt. De anderen bewaren afstand, want er staat een groepje studenten om Ovinge heen, eerstejaars van de TMO Fashion Business School uit Doorn. Zij komen kijken hoe Ovinge op duurzame wijze dieren houdt, de wol verwerkt en haar producten verkoopt.
‘Met de meeste Nederlandse wol gebeurt weinig’, heeft Ovinge eerder gezegd in het lichte atelier van haar bedrijf The Knitwit Stable. ‘Heel jammer. Want het is een…
