Ik schaam me. Ik schaam me tegenover de olifanten die ik op een zonnige septemberdag in Thailand, een paar jaar geleden, ontmoette. Ik schaam me dat ik niet op afstand bleef, om vanaf daar te kijken naar het kolossale beest, rustige tred, reusachtige poten, beweeglijke slurf, zijn mond die immer leek te glimlachen. Een glimlachend dier kun je bijna niet níét aaien. De huid was dik en ook kartonnerig, grof reliëf, rimpelig, en dus een beetje oud, zelfs als het een baby-olifant betrof. Het was een huid zoals die van niets of niemand anders. Een huid waar je ontzag voor krijgt.
Dat ervoer misschien ook wel de Spaanse toeriste, die afgelopen maand eveneens in Thailand een olifantenopvang bezocht. Want dat is wat je doet: op reis naar een Aziatisch land…