COLUMN We liepen (een stuk van) het Pieterpad, Leo en ik, van noord naar zuid. We struinden door bossen, over akkers en heide. We passeerden weilanden, rivieren en dorpen, Leo at zijn botjes en ik mijn broodjes. Op bijna alle bankjes die we tegenkwamen, gingen we zitten, soms voor die broodjes, voor die botjes, maar steeds vaker: om het zitten. Daar vroegen de bankjes om. Om alles te zien: het paars in de bloemen, het geel in de bol die boven ons hangt, het groen in de struiken en gras, het blauw in de lucht. Het bruin van de grond, het rood van de bladeren, de herfst deed de bomen veranderen, wanneer is dat gebeurd?
‘Op dit bankje ontmoetten Peter & Rianne elkaar nadat hun beide partners waren overleden’ stond…