Met hun drieën baanden de vrouwen zich een weg door de festivalmenigte, naar een rustiger plekje verderop op het grasveld, een plekje waar ik ook zat, even bijkomen, muziek luisteren, Raye speelde, dijk van een stem. Ze liepen zij aan zij, de vrouwen, ik had ze op mijn netvlies gekregen omdat een van de drie, de middelste, huilde. Het was nog een huil in de beginfase, dat je wangen nog niet nat zijn, je ogen nog niet rood, je mascara nog intact, maar dat je aan de trillende lip en de blik ziet: het gaat niet lang meer duren voordat dat gezicht is verworden tot een schrale landingsbaan voor zout water. Huilgezichten in de openbaarheid wakkeren bij mij altijd een ongepaste nieuwsgierigheid aan. Ik ben een traantoerist, wil weten welk…