COLUMN Ik zat tegenover hem, hij kneep zijn mooie ogen tot spleetjes, tuitte zijn mond (lekkere zoenmond, zo bleek later) en hield zijn hoofd een beetje schuin, zoals mijn hond dat altijd doet als hij zich afvraagt: botje of geen botje? “Volgens mij,” zei de man, “heb jij adhd.”
“Nee hoor,” zei ik, terwijl ik nog een slok van mijn biertje nam. ‘Vermoedelijk wel hoor’, zeiden de 29.334 online-zelftests die ik die avond nog deed (want ik kon niet slapen, want ik had te veel energie). “Ik heb het ook,” zei de jongen liefkozend aan het eind van de date. “En ik gun je de rust van het weten. Laat je testen.”
Zo toog ik naar een expertisecentrum dat mensen labelt en ze vervolgens helpt om met dat label om…