COLUMN De handen van mijn moeder brachten altijd troost. Zodra ze mijn wang raakten, schouder, hand, was het goed. Ook als het dat helemaal niet was. Ik, bij de dokter, eendenbek tussen mijn benen, voor mijn eerste spiraal. Er werd gemeten en gepast, maar het lukte niet, mijn baarmoeder protesteerde, zijn dit weeën? De huisarts vroeg de assistente erbij, die drukte op mijn buik, want mijn baarmoeder ‘lag niet helemaal goed’, en mijn moeder maar wrijven en zeggen hoe goed ik het deed, maar zelfs mijn moeders handen konden niet tegen mijn pijn op. Ik zag stipjes voor mijn ogen. Een bewegende mond, zonder geluid. (‘Gaat het?’ had de huisarts me op dat moment gevraagd, zei mijn moeder later, en ik denk dat het feit dat ik wegviel een antwoord…