“Een huis moet je inwonen,” zei mijn moeder altijd als ik weer van studentenhuis 92.342 naar studentenhuis 92.343 verhuisde. “Je kunt niet in één keer een plek eigen maken, dat doe je in stapjes. Je neemt eens vanaf je vakantieadres een souvenir mee, je spot een nieuw kastje in een tweedehandswinkel, je stuit op een mooi schilderij, zo woon je je huis in.”
Al drie jaar woon ik in het leukste kaboutervillaatje van Nederland – of misschien wel van de Benelux, of nee, Europa, ik durf het gewoon te zeggen, ja, ziehier, ik schrijf het hardop. Alles is er kleiner dan normaal, de wc is lager dan gemiddeld, het tocht door de kieren, als het waait heb ik het gevoel dat mijn huis en ik opstijgen, de energierekening is om…