COLUMN In mijn favoriete café voerde ik mijn favoriete bezigheid uit: het afluisteren van onbekenden. Dat was vandaag een grotere opgave dan anders, want bijna alle tafeltjes waren bezet, er was zojuist een congres geweest in de besloten zaal erachter. Het was lunchtijd, tientallen congresbezoekers waren in groepjes van vijf, zes aangeschoven. Er zaten twee vrouwen, eentje jong, eentje ouder, tegenover elkaar aan zo’n langere tafel, vanaf mij perféct binnen gehoorafstand, maar zo ver weg dat ze zich ongehoord waanden. “Ze begríjpt me gewoon niet,” zei de jongere. “En ik ben gestopt met het uitleggen.” De oudere knikte, hm-m, ze begreep het, of ze veinsde dat ze het begreep. De jongere vrouw ging verder: “Terwijl, ze is mijn eigen moeder, maar ik neem een beetje afstand van d’r. We gingen…