“‘Heb je hulp nodig?’ roept een onbekende jongen naar me. Ten einde raad ben ik maar op het dak van het toiletgebouw van het festival geklommen, in de hoop mijn vriendinnen te spotten. Zij bleven bij het optreden van hun favoriete band, terwijl ik drankjes zou halen. Nu, bijna twee uur later, heb ik ze nog steeds niet gevonden. Mijn telefoon had geen bereik en is inmiddels leeg en door alle biertjes heb ik geen idee meer waar mijn tent staat. ‘Volgens mij ben ik verdwaald,’ lach ik naar beneden. ‘O, je tent staat niet op het dak?’ antwoordt hij, ook met een big smile. Hij strekt zijn armen uit: ‘Laat je maar vallen, ik vang je wel op.’ En dat doet hij, met zijn gespierde armen. ‘Ik ben Jouke,’…