Cleopatra dobberde graag in een kuip ezelinnenmelk, de oude Grieken in citroenextract. En terwijl de Romeinse mannen vrolijk het glas hieven, gingen hun vrouwen aan de slag met wat overbleef op de bodem van het wijnvat. Rare jongens, die Romeinen? Nee, hoor. Ze wisten het misschien nog niet, maar eigenlijk ondergingen ze gewoon allemaal een chemische peeling. Het bad van Cleopatra bevatte namelijk melkzuur, dat van de Grieken citroenzuur en de Romeinse dames smeerden zich in met wijnsteenzuur. Die zuren doen dienst als exfoliant: ze verwijderen de bovenste laag dode huidcellen, waardoor de onderliggende, frisse en jonge huid zichtbaar wordt. Als we jong zijn, doet onze huid het vanzelf, naarmate we ouder worden vertraagt dat proces. Dode huidcellen stapelen zich op en veroorzaken zo verstopte poriën, een grauwe, onregelmatige teint,…
