Lieve jij, ik zie je. Vrouw in huls. Je huid zo schoon, zo strak. Maar het kan nóg strakker, hè? Je wilt het. Soms. Maar het hoeft niet. Je bent mooi zo. Glad, rond, vouwend, vrouwend. Billen trillend op zaterdagavond, gezicht plooiend op zondagochtend. Jij bent het: de dancing queen, de dame. Je bent het, die huls. Ja, de wereld heeft allang bedacht ‒ bepááld ‒ hoe jij eruit moet zien. Alleen nog conformeren, is wat je moet. Altijd conformeren, wat je doet. Maar ik zie jou, dwars door je huls heen. Lieve jij, ik hoor je. Je hield je vuist al zo lang omhoog, maar ze wilden niet kijken. Je had een stem, maar nog geen woorden. Maar nu komen ze, nu komen we. We hebben lang gewacht op…