‘‘LUA, LUAA, LUAATJE.’ TERWIJL IK HAAR NAAM BLEEF HERHALEN, VOELDE IK DE PANIEK IN MIJN LIJF TOENEMEN’ “Ik begon te zingen. Als ze iets hoort, hoort ze iets bekends, dacht ik terwijl ik vol ongeloof staarde naar mijn dochtertje dat mond-op-mondbeademing kreeg. De gedachte dat ze zou kunnen overlijden, kon ik niet toelaten. Die was te onwerkelijk. Ik had haar die ochtend wakker gemaakt, zoals ik haar elke ochtend wakker maakte als ik de tweeling naar de kinderopvang bracht. Ik verschoonde haar luier, kleedde haar aan, klikte de draagzak vast om mijn heupen en legde haar lekker warm tegen mijn lijf. Ik gaf haar borstvoeding in de draagzak terwijl ik de tweeling gebaarde dat ze hun rugzakjes, regenlaarzen en jassen moesten pakken. Er was niks bijzonders aan die ochtend, behalve…
