“Ik ontmoette Sam, lekker cliché, in de kroeg. Het eerste wat hij tegen me zei, was: ‘Hé, waarom heb je al deze mensen uitgenodigd? Ik dacht dat we vanavond gewoon met z’n tweetjes zouden zijn?’Yep, enorm cheesy. Maar de manier waarop hij het zei, zo zelfverzekerd met die ondeugende lichtjes in zijn ogen, zorgde ervoor dat ik toch moest lachen. Zijn uiterlijk hielp ook mee. Breed, maar niet zo’n enge anabolenbundel, het kuiltje in zijn linkerwang, blinkende witte tanden en die ogen... Ik voelde elektriciteit in de lucht, maar tegelijkertijd gingen al mijn alarmbellen rinkelen. Die zin kwam er net iets te gladjes uit en als ik op zijn looks afging, had deze man aan aandacht vast geen gebrek.
Dat bleek te kloppen. Sam leek wel een soort kattenkruid voor…