“Ik ga zo kickboksen,” zegt Rian als ze de lobby van het hotel binnenloopt in haar sportkleren. Een coronasport, legt ze uit, want toen alles min of meer stil kwam te liggen, had zij juist het gevoel dat ze in beweging moest blijven. “Mijn eerste vriendje bokste en ik ging altijd met hem mee naar de boksschool en wedstrijden. Ik vond dat geweldig, dus ja, dat boksen moest er gewoon een keer van komen. Ik vind het een mooie sport. Het is heel technisch, want je moet weten wat je doet: waar sla of kick je je tegenstander? Niet dat ik er heel goed in ben, hoor. Als de trainer zegt: ‘Kom op Rian, links, rechts, hoek’, moet ik eerst nadenken wat links ook alweer is.”
‘ALS MIJN TRAINER ZEGT:…
